Goederenvervoer: ter land, ter water, ter spoor

Het gebeurt nog wel eens dat ik na een drukke Kamerweek thuis in Groningen op de bank neerplof en mijn favoriete schoenenzaak zich in mijn mailbox , met een goede aanbieding meldt. De geest is gewillig, het vlees is zwak: voordat ik het weet zit ik de volgende dag op de bank met een mooi paar nieuwe stappers. Door veranderend consumentengedrag verandert ook de stroom van goederenvervoer. We zien een ontwikkeling van goederenvervoer in grote vrachtwagens naar thuisbezorging van pakketten, maaltijden en, uiteraard mijn schoenen.

Niet alleen voor consumenten, maar ook voor onze bedrijven is het belangrijk dat zij snel over hun goederen kunnen beschikken. Daarvoor is versterking van onze havens – die behoren tot de wereldtop en goed zijn voor 6% van onze binnenlands verdienvermogen – in een concurrerend Europa onmisbaar. Het kabinet wil dat het goederenvervoer over water en spoor de komende twintig jaar groeit tot 750 miljoen ton per jaar (dat zijn 3.5 miljoen volle Boeing 747-vliegtuigen!).

Omdat we meer goederenvervoer over water en spoor, en minder vervoer over de weg willen, geeft de komst van de Tweede Maasvlakte het Rotterdamse havenbedrijf ruimte voor groei. Om onze wereldhaven interessant te houden voor ondernemers moeten we blijven concurreren met andere Europese landen. Minister Schultz gaat op verzoek van de VVD kijken of de inspectiekosten in onze havens naar beneden kunnen, net als in de ons omringende landen. Zo kunnen Nederlandse havens lage kosten hanteren en interessant blijven voor wereldspelers in de transportsector.

Waar we enerzijds meer goederentransport op water en spoor willen, willen we minder transport over de weg. Dit is vaak kostbaar, inefficiënt en leidt bovendien tot files. Daarvoor moeten we wel aandacht blijven houden voor doorstroming op de wegen en blijven investeren in het ruimte bieden voor goederenvervoer en daarmee in het verdienmodel van Nederland. Op het water is nog voldoende ruimte, maar op het spoor is dit op sommige plekken helaas een ander verhaal. Het goederenvervoer over rails vanuit de haven van Rotterdam loopt rond 2016 waarschijnlijk al vast. Als we hier niet op anticiperen dreigt Nederland haar concurrentiepositie in Europa te verliezen.

Op lange termijn hebben we meer rails voor goederenvervoer nodig. De Betuwelijn heeft de verbinding van goederenvervoer naar Duitsland verbeterd, maar nu moeten ook de Duitsers hun duit in het zakje doen. De Duitse flessenhals zal tot 2022 voor het nodige oponthoud zorgen. Om de snelheid voor goederenvervoer te verhogen en de Nederlandse concurrentiepositie ten opzichte van Duitse havens te verbeteren, moeten we aandacht blijven houden voor het spoorgoederenvervoer door bijvoorbeeld de Callandbrug in de Rotterdamse haven te verleggen. Naast Noordrein- Westfalen kunnen we nieuwe markten aanboren in Duitsland waaronder in het zuiden.

In een aantrekkende economie moeten we luisteren naar de wensen van ondernemers. Zij creëren banen en zijn het verdienmodel van Nederland. Daarvoor moeten consument en ondernemer duurzaam, efficiënt en snel aan hun benodigde goederen komen. Ongeacht of het hier gaat om olie, steenkool of ja, zelfs om mijn vanaf de bank bestelde paar schoenen.